Bijbelse achtergronden

terug naar Diaconie

Diaconaat in de Bijbel

Christus geeft in de samenvatting van de wet aan waar het in het geloof om gaat, namelijk: God liefhebben boven alles en de naaste liefhebben als jezelf. Het diaconaat bestaande in barmhartigheid en gerechtigheid, maakt de liefde tot de naaste concreet in het dienstbetoon aan de ander. Diaconaat is dus Gods-dienst.
In artikel IV van de Kerkorde wordt in het eerste lid bepaald dat de gemeente, daartoe begenadigd door de Geest, is geroepen tot de dienst aan het Woord van God onder andere in het diaconaat, zulks tot opbouw van het lichaam van Christus. Deze diaconale roeping vervult de gemeente in de kerk en in de wereld door in de dienst van barmhartigheid en gerechtigheid:

  • te delen wat haar aan gaven geschonken is;
  • te helpen waar geen helper is; en
  • te getuigen van de gerechtigheid van God waar onrecht geschiedt.

De voorschriften en leefregels die God aan Zijn volk gaf en die in het Oude Testament tot ons komen, worden gekenmerkt door de begrippen barmhartigheid en gerechtigheid. Gods liefde voor mensen krijgt daarin gestalte. Het Nieuwe Testament trekt deze lijnen vanuit het Oude Testament door. In Christus worden deze kernbegrippen vervuld. Zij vinden in Hem hun bron en doel. Het diaconaat in de gemeente krijgt gestalte in het leven van de leden van de gemeente. Zij worden opgewekt tot onderling dienstbetoon, tot voorbeden en tot de dienst van barmhartigheid en gerechtigheid in de wereld, als ook in de arbeid die door en onder leiding van de diakenen wordt verricht. Het diaconaat kan kernachtig worden samengevat in drie begrippen: Barmhartigheid, Gerechtigheid en Dienstbetoon.

Barmhartigheid

Barmhartigheid kunnen we het basiswoord noemen voor het hele diaconaat. Het grondwoord voor barmhartigheid is in het oude testament chèsèd, wat kan worden vertaald met goedheid, trouw, barmhartigheid, weldadigheid, loyaliteit, genade. Deze barmhartigheid is niet maar een opwelling van vriendelijkheid, maar is gebaseerd op een onderlinge relatie, waaraan rechten en plichten verbonden zijn. De barmhartigheid van God komt op uit het verbond dat Hij met Israël gesloten heeft: ‘….Gij zult dan weten, dat de HEERE uw God, die God is, die getrouwe God, welke het verbond en de weldadigheid houdt dien, die  Hem liefhebben en Zijn geboden houden, tot in duizend geslachten; (Deut. 7 : 9). Bij barmhartigheid gaat het er niet allereerst om wat we voor de ander voelen, maar om wat we voor de ander doen, heel concreet.
In het Nieuwe Testament is barmhartigheid vooral de vertaling van het Griekse woord ‘eleos’. Daarbij gaat het allereerst om de barmhartigheid van God, die aan het licht komt in de gave van zijn Zoon Jezus Christus. Christenen mogen leven van Gods barmhartigheid. Het woord ‘eleos’ kan ook worden vertaald met ‘ontferming’. Net als in het Oude Testament gaat het bij ontferming om daadwerkelijke hulp. Als Bartimeüs tot Jezus roept: ‘Ontferm U over mij’, dan vraagt hij concreet om weer ziende te mogen worden (Mark. 10:47,51).
De dienst der barmhartigheid heeft een eigen plaats in de christelijke gemeente. Zij hoort bij de gaven, die door Christus aan zijn gemeente worden geschonken. ‘Hebben nu verscheidene gaven, naar de genade,  die ons gegeven is…, die barmhartigheid doet, in blijmoedigheid’ (Rom. 12: 6,8). ‘Zalig zijn de barmhartigen, want hun zal barmhartigheid geschieden’ (Matth. 5:7).

Gerechtigheid

In de bezinning op de diaconale verantwoordelijkheid krijgt het bijbelse begrip ‘gerechtigheid’ steeds meer aandacht. Daarbij wordt onderstreept, dat diaconaat niet kan volstaan met het betonen van ‘barmhartigheid’, door de menselijke nood in zijn gevolgen te verzachten. We zijn evenzeer geroepen tot het oefenen van gerechtigheid, door de oorzaken van de nood aan te pakken.

Gods gerechtigheid

In de bijbel heeft gerechtigheid te maken met het verbond dat God met het volk Israël gesloten heeft. Gerechtigheid is in de eerste plaats een eigenschap van God. Wat God beloofd heeft in zijn verbond, doet Hij. Gods gerechtigheid is de garantie van het verbond. Israël kan op Hem aan. Op veel plaatsen in de bijbel lezen we dat de gelovigen, die geen helper hebben een beroep doen op Gods reddende gerechtigheid, die bevrijdt en verlost.

Sociale gerechtigheid

Een verbond heeft twee partijen. Aan de andere kant vraagt God aan Zijn volk een leven, dat vol is van gerechtigheid, een leven naar zijn geboden. Daarom heeft God aan Israël zijn wetten gegeven. Wetten die het hele leven omvatten: de relatie met God en de relatie met de medemens, het land en het vee. Eén aspect van dit recht is de sociale wetgeving, de zorg voor de dagloners en personeel, armen en vreemdelingen, wezen en weduwen. Het verbod ziet dus ook op de intermenselijke relaties.

Messiaanse gerechtigheid

In Christus is Gods reddende en straffende gerechtigheid ten volle openbaar geworden. ‘Want Dien, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem’ (2 Kor. 5: 21).  De gelovigen mogen delen in Christus’ gerechtigheid. In hem zijn ze rechtvaardig voor God. Maar deze Messiaanse gerechtigheid zal ook gevolgen hebben voor de schepping en de samenleving.

Dienstknechten der gerechtigheid

Vanuit de verlossing door Christus maakt God ons tot ‘dienstknechten der gerechtigheid’ (Rom.6). God roept de gelovigen op  ‘hun leden Gode tot wapens der gerechtigheid’ te stellen, om zo de gerechtigheid van God zichtbaar te maken in de wereld. Ook in het Nieuwe Testament lezen we van sociale gerechtigheid. Jakobus veroordeelt de onbarmhartige rijken, die het loon van arbeiders niet uitbetalen en de rechtvaardigen doden (Jak. 5: 1-6).

Dienstbetoon

Diakonia (dienstbetoon) is het zich ten volle inzetten om de ander te behouden, als het moet ten koste van het eigen leven (zie Joh. 12: 24-26). In het evangelie van Markus horen we waar de dienst van Jezus in bestaat: in het offer van Zijn leven. ‘Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden,  maar om te dienen en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen’ ( Mar.10 : 45).

Het bijbelse woord diakonia omvat allerlei zaken die ook bij ons tot diaconaat wordt gerekend:
Het dienen aan de tafel (Hand 6:2);
Hulp aan een gevangene (Fil. vs. 13);
De collecte ten behoeve van de gemeente in Jeruzalem, waar men honger lijdt (Hand. 11.29, 12:25; Rom.15:25, 2 Kor. 8:19 e.v.);
Het onderling dienstbetoon in de christelijke gemeente (Op. 2:19);

Het bijbelse dienen bestrijkt echter een veel breder terrein. Niet alleen het zich inzetten met de daad (1 Petr. 4 :11), ook de verkondiging heet diakonia;
De dienst des woords (Hand 6: 4);
De bediening der verzoening (2 kor. 5:18);
Zelfs in het begrip diakonia zijn Woord en daad niet te scheiden!

Liefdedienst

Het is niet mogelijk de diakonia af te grenzen van andere kerkelijke arbeid. Het dienstbetoon  ontspringt immers aan dezelfde bron: de liefde van Christus waarin Hij redding zoekt van alles wat verloren is. In het dienen gaat het om de liefde, die door ons en vanuit Christus aan de gemeente en in de wereld wordt bewezen.

Voor elke datum geldt: Deo Volente